Hoe laag kan de CO2-lat gelegd worden?

De Milieucommissie van het Europees Parlement wil strengere uitstootnormen voor wagens en bestelwagens. Onrealistisch of een noodzaak voor het klimaat?


Het Europees Parlement wil lagere uitstootnormen voor wagens. Maar hoe laag kan het? epa

Korneel Delbeke


De Milieucommissie van het Europees Parlement heeft gisteravond laat een voorstel goedgekeurd waardoor nieuwe auto’s en bestelwagens tegen 2025 20 procent minder CO2 mogen uitstoten. Tegen 2030 moet dat zelfs 45 procent zijn. Daarmee willen de Europese Parlementsleden verder gaan dan de Europese Commissie, die eerder een reductie van 15 procent tegen 2025 en van 30 procent tegen 2030 naar voren had geschoven.


De leden van de Milieucommissie willen ook dat tegen 2030 40 procent van de nieuwe wagens zogenaamde nul- of lage-emissievoertuigen zijn. De Europese Commissie stelde eerder een streefdoel van 30 procent tegen 2030 voor. Als de plenaire vergadering van het Europees Parlement begin volgende maand groen licht geeft, kunnen de onderhandelingen met de EU-lidstaten en de Commissie beginnen.


‘Totaal onrealistisch’

Maar hoe haalbaar zijn die scherpere doelstellingen? ‘Totaal onrealistisch’, zegt Erik Jonnaert, de topman van de Europese automobielfederatie Acea. ‘Het zou een enorme en plotse verschuiving naar elektrisch rijden vergen. De voorwaarden voor zo’n aardverschuiving zijn er nog niet (Acea wijst naar het gebrek aan laadinfrastructuur, red.) en de consument is er ook niet klaar voor om volledig elektrische te rijden.’


Ook Febiac, de Belgische koepelorganisatie van de auto-industrie, denkt niet dat de doelstellingen van het Europees Parlement haalbaar zijn. ‘Tenzij er de volgende jaren plots een grote technologische doorbraak komt’, zegt Michel Martens, hoofd van de studiedienst. ‘Wij engageren ons om tegen 2050 de uitstoot drastisch te verminderen, maar de autobouwers hebben meer tijd nodig. De wagens voor 2025 liggen nu al op de tekentafel, 2030 is slechts twee generaties wagens weg. Een daling met 30 procent is wel haalbaar.’


3 liter per 100 kilometer

‘Voor de constructeurs is het inderdaad kort dag’, geeft Mark Pecquer toe. Hij is docent autotechnologie aan de Hogeschool Thomas More. ‘Ook 2050 is minder ver dan we denken. Als er tegen dan geen wagens op fossiele brandstoffen meer mogen rondrijden, moet de verkoop al rond 2035 worden stopgezet.’


‘Maar toch is er best wel nog marge om zuiniger te rijden. Niet alleen elektrisch of met alternatieve brandstoffen, ook het rendement van de verbrandingsmotor kan nog verbeterd worden. Een verbruik van 3 liter per 100 kilometer moet vlot kunnen. En het hoeft zelfs geen diesel te zijn.’

De reductiedoelstellingen gelden niet voor alle individuele modellen. Autobouwers moeten alleen de gemiddelde CO2-uitstoot van hun vloot verminderen. Tegen 2021 moet die in principe 95 gram per kilometer zijn, waarna er, volgens de Milieucommissie, tegen 2030 nog eens 45 procent van af moet. Een constructeur kan de uitstoot drastisch minderen door nieuwe elektrische modellen, hybride wagens of auto’s op alternatieve brandstoffen te lanceren.


Dat maakt de strengere doelstellingen zeker haalbaar, zegt Kathleen Van Brempt, Europarlementslid voor de SP.A. In een persbericht wijst ze erop dat zowel Volvo als Volkswagen tegen 2025 minstens een kwart van zijn nieuw verkochte wagens elektrisch wil maken.


Museum voor oldtimers

De doelstellingen zijn niet alleen haalbaar, maar een must voor Europa om zijn klimaatbeloftes na te komen, zegt ook Mark Demesmaeker, Europarlementslid voor de N-VA. Met het voorstel van de Commissie en de autosector (30 procent daling tegen 2030, red.) raken we er niet, volgens de Europese milieuorganisatie Transport & Environment.


Van Brempt vreest dat de aarzelende auto-industrie van Europa ‘een openluchtmuseum voor oldtimers’ zal maken, omdat alle innovatie in China plaatsvindt. Ook Pecqueur ziet Europa achterophinken. ‘Fossiele brandstoffen zijn sowieso een eindig verhaal. De Chinezen hebben een plan, de technologie en gaan razendsnel. Europa heeft zeker doelstellingen nodig. Maar nog belangrijker dan een opbod van percentages zijn doelstellingen die we realistisch kunnen testen en doen naleven.’


http://www.standaard.be/cnt/dmf20180911_03736306